| Uiterlijk: |
 |
| ► |
Gele en zwarte dwarstekening op achterlijf, kop, borststuk en eerste segment achterlijf roodbruin tot donkerbruin; werksters 1,7 tot 2,4 cm lang, darren 2,1 tot 2,8 cm; larven wit en pootloos |
| ► |
Op de zijkanten van de wespenkop bevinden zich grote langwerpige facetogen met aan de bovenzijde van de kop een drietal bijogen; bij de hoornaar is de kop achter de ogen sterk verbreed |
| ► |
Twee stevige zijwaarts bewegende kaken (mandibels) met daaronder monddelen waarmee de wesp kan likken en zuigen; 2 paar doorzichtige vleugels |
| ► |
Overgang van borststuk naar achterlijf sterk ingesnoerd ("wespentaille") |
| |
|
| Ontwikkeling: |
| ► |
Volledige gedaanteverwisseling |
| ► |
Eind april eitjes afzetten in eicellen; eistadium 7 tot 10 dagen; larvale stadium 1 tot 2 weken; popstadium 1 tot 2 weken; duur van ei tot volwassen dier 3 tot 5 weken; mannetjes uit onbevruchte eieren |
| ► |
In augustus/september komen mannelijke exemplaren (darren) en vruchtbare wijfjes (jonge koninginnen) uit de poppen; deze verlaten het nest om te paren; de darren sterven spoedig na de paring |
| |
|
| Leefwijze: |
| ► |
Bij het optreden van de eerste nachtvorst sterven de netbewoners behalve de jonge koninginnen |
| ► |
Eiwit- en suikerhoudend voedsel, vooral voor het voeden van de larven |
| ► |
Hoe hoger de luchttemperatuur, des te actiever de wespen; een netst wordt gebouwd op een niet-vochtige plaats, altijd bovengronds, doorsnee van 20 tot 35 cm |
| ► |
Hoornaars kunnen schadelijk zijn voor bijenhouders (steken de bijen dood en zuigen vervolgens de honing uit hun maag) |
| ► |
Een hoornaarnest kan in de loop van het jaar uitgroeien tot 4000 bewoners |
| ► |
Hoornaars leven ook van rupsen en spinnen die ze uitzuigen; daarmee voeden ze de larven |
| |
|
| Schade/overlast: |
| ► |
Hoornaars kunnen hinderlijk zijn en soms pijnlijke steken toebrengen |
| ► |
De hoornaar is 'vriendelijker' dan de meeste wespensoorten; hoornaars zullen alleen steken als ze bekneld raken of als men ze aanraakt |
| ► |
Het hoofdbestanddeel van gifwespen bestaat uit histamine en apitoxine; een steek is meestal ongevaarlijk behalve als de steek direct in een bloedvat plaatsvindt of als men overgevoelig is voor deze giftige stoffen |
| ► |
Wordt een persoon na een wespensteek bleek, onpasselijk of duizelig, ga dan direct naar de huisarts of EHBO bij een ziekenhuis |
| |
|
| Wering/preventie: |
| ► |
Horren plaatsen en voedsel opbergen, eventueel dichten van naden en kieren |
| ► |
Nooit de uitvliegopening van het nest dicht stoppen |